Acne en acneïforme dermatosen

Acne en acneïforme dermatosen

Auteur(s): 
dr. J. Toonstra, dermatoloog

Acne is vaak een tijdelijk probleem en de aandoening verdwijnt bij de meesten spontaan na gemiddeld drie tot vijf jaar. Voor velen geldt acne echter als een chronische aandoening, waarvoor jarenlange behandeling nodig is. De psychosociale belasting voor de patiënt moet niet worden onderschat. Het is een van de meest voorkomende huidaandoeningen in de adolescentie.

Acne is een ontstekingsreactie van het haarfollikel-talgkliercomplex (pilosebaceus-unit). Na de puberteit heeft circa 90% van de jeugd last van acne, vooral tussen het 15e en 24e levensjaar. Naast acne kent men ook acneïforme dermatosen, dat wil zeggen folliculair gebonden aandoeningen die op acne lijken maar een andere pathogenese kennen. Te denken valt aan rosacea, dermatitis perioralis of acneïforme beelden bij de zogenaamde doelgerichte (targeted) therapie bij kanker. Naast tijdens de adolescentie kan acne ook voorkomen op kinderleeftijd (acne infantum) en zelfs op babyleeftijd (acne neonatorum), maar ook op latere leeftijd tot ver na het 25e jaar (acne tarda).

Dit artikel is gebaseerd op de NHG-Standaard Acne uit 2017 en de richtlijn Acneïforme dermatosen van de Nederlands Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) uit 2013, aangevuld met recente literatuurgegevens, zoals de praktische consensusrichtlijn van Europese dermatologen.