Subcutane therapie bij DM2

Educational grant
Sanofi

Subcutane therapie bij DM2

Auteur(s): 
drs. S.A.N.T. Landewé-Cleuren, internist-endocrinoloog
dr. D.H. van Raalte, internist
prof. dr. N.C. Schaper, internist-endocrinoloog

Dit FTO-artikel is gericht op insulinetherapie bij patiënten met diabetes mellitus type 2 (DM2) in de praktijk van de eerste lijn, en de nieuwe ontwikkelingen hierin. Vroeger was insulinetherapie vooral het domein van de internist, maar de laatste jaren is de expertise in de eerste lijn op dit gebied sterk toegenomen, zodat ook hier de huisarts vaak de hoofdbehandelaar is. De NHG-Standaard 2013 en de zorgstandaard DM2 zijn uitgangspunt voor deze publicatie.

De drempel voor het starten van insuline is de afgelopen jaren afgenomen, doordat de toedieningssystemen voor insuline (pennen, pompen) eenvoudiger zijn geworden, er meer insulines beschikbaar zijn (met ook verschillende werkingsduur), er meer diversificatie in insulineschema’s (van 1x tot multipele injecties) is en er nieuwe combinaties zijn met orale medicatie. Ook dienen zich nieuwe combinaties aan, zoals insuline gecombineerd met een GLP-1-analoog (glucagon-like peptide-1-analoog). Op langere termijn zijn er ontwikkelingen, zoals inhalatie-insuline en orale insuline, maar omdat deze (nog) niet in de praktijk worden toegepast, komen deze niet aan bod in dit artikel.