HPV-gerelateerde aandoeningen: screening en preventie

HPV-gerelateerde aandoeningen: screening en preventie

Auteur(s): 
drs. A.M. van Atten, huisarts

Het afgelopen decennium is er veel veranderd rondom de screening en preventie van baarmoederhalskanker. Vanaf 2017 verandert de opzet van het baarmoederhalskankeronderzoek opnieuw.1

Met de registratie van twee vaccins tegen baarmoederhalskanker in 2006 en 2007 werd voor het eerst een vaccin geïntroduceerd dat bepaalde vormen van kanker kan voorkomen. Deze vaccins bieden bescherming tegen verschillende humaan papillomavirus (HPV) gerelateerde aandoeningen, waaronder het ontstaan van (voorstadia van) baarmoederhalskanker veroorzaakt door HPV-typen 16 en 18.2 Op basis van deze resultaten heeft de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), prof. dr. A. Klink, eind 2008 besloten om vaccinatie tegen baarmoederhalskanker in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) op te nemen. Sindsdien krijgen 12-jarige meisjes deze zogenoemde HPV-vaccinatie binnen het RVP aangeboden.3

Deelname aan het bevolkingsonderzoek blijft ook voor gevaccineerde vrouwen van essentieel belang. De laatste jaren verschuift de screening op baarmoederhalskanker van het vaststellen van de mate van de celdysplasie (PAP-classificatie) naar onderzoek op aanwezigheid van het hoogrisico-HPV (hrHPV). Tot nu toe werd bij een afwijkende PAP verder onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van het virus. Vanaf 2017 verandert de opzet van het bevolkingsonderzoek en wordt eerst bepaald of er sprake is van aanwezigheid van hrHPV. Pas als dit is aangetoond, wordt de mate van dysplasie nader onderzocht.1

Naast aandacht voor de diverse screeningsmethoden en preventie wordt in deze publicatie ook aandacht besteed aan de pathologie van HPV-gerelateerde aandoeningen.