Erectiestoornissen en vroegtijdige zaadlozing

Educational grant
Menarini

Erectiestoornissen en vroegtijdige zaadlozing

Auteur(s): 
dr. Y. Reisman, uroloog
Er is een grote discrepantie tussen de incidentie van seksuele klachten en het spreekuurbezoek. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Komt dit door schaamte bij de patiënt? Of hebben artsen geen tijd of geen adequate training gehad om dit probleem aan te kaarten?
Het aantal patiënten dat zich met seksuele klachten bij de huisarts meldt is laag. Bij mannen gaat het verreweg het meest om erectieproblemen: er meldt zich 1 per 1000 patiënten per jaar. De incidentie van vroegtijdige zaadlozing is zelfs nog lager: 0,1 per 1000 patiënten per jaar. Uit vragenlijstonderzoek komen echter heel andere getallen naar voren. Dan blijkt dat seksuele problemen onder de Nederlandse bevolking veel voorkomen. Van de mannen geeft 8% aan erectieproblemen te hebben, 10% heeft last van een vroegtijdige zaadlozing. Het verlies van zin in vrijen komt ook regelmatig voor, maar door verwarring met andere seksuele diagnoses en het ontbreken van duidelijk definities zijn de schattingen onbetrouwbaar.
De twee meest voorkomende seksuele disfuncties bij de man zijn erectiele disfunctie (ED) en vroegtijdige zaadlozing (PE: premature ejaculatie). Bij zowel ED als PE is een goede anamnese van doorslaggevend belang voor zowel de diagnose als de behandeling. ED en PE zijn symptoomdiagnoses. Voor beide stoornissen geldt dat bij het ontbreken van hinder voor de patiënt of de partner een behandeling niet nodig is. Deze publicatie gaat nader in op de epidemiologie, de pathofysiologie, de diagnostiek en de behandeling van ED en PE.