Tromboserisico en antistolling

Educational grant
Bayer B.V.

Tromboserisico en antistolling

Auteur(s): 
drs. O. Ouwendijk, huisarts
drs. E.H.H. Wiltink, ziekenhuisapotheker
Er zijn veel situaties waarin er sprake is van een verhoogd tromboserisico. De huisarts moet natuurlijk altijd alert zijn op symptomen die kunnen wijzen op diep-veneuze trombose, juist omdat er zoveel situaties zijn waarbij dat zou kunnen optreden. Dat is dan ook deel van de klinische routine. In de dagelijkse praktijk zijn er echter slechts een beperkt aantal situaties waarin de huisarts te maken krijgt met het management van tromboserisico en de behandeling met antistollingsmiddelen. Dat zijn situaties waarin de patiënt een verhoogd risico loopt om het slachtoffer te worden van de gevolgen, de ernstige complicaties van trombose. Het is dan van belang om een adequate behandeling te starten die de ernstige complicaties voorkomt.
 
Dit artikel gaat over de preventie van trombose en embolie bij patiënten, die daarop een verhoogd risico lopen. Het gaat nadrukkelijk niet over de behandeling van een trombose of embolie, omdat dat totaal andere klinische situaties zijn. Deze behoren toe aan de tweede lijn. In deze publicatie worden situaties besproken waarin de eerste lijn te maken krijgt met antistolling. In de casuïstiek worden diverse herkenbare situaties besproken, met name atriumfibrilleren en het trombosebeen.