Hypertensie: de nieuwste richtlijnen tegen elkaar afgezet

Hypertensie: de nieuwste richtlijnen tegen elkaar afgezet

Auteur(s): 
dr. B.J.H. van den Born, internist-vasculair geneeskundige

Hypertensie is wereldwijd de belangrijkste behandelbare risicofactor voor vroegtijdig overlijden. Dit komt omdat hypertensie vaak voorkomt en bovendien een risicofactor is voor veel verschillende hart- en vaatziekten. Hypertensie is de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een herseninfarct of -bloeding. Ook voor het ontstaan van een hartinfarct is hypertensie een belangrijke risicofactor, samen met een hoog cholesterolgehalte, roken en diabetes. Daarnaast is hypertensie een belangrijke risicofactor voor het krijgen van nierfunctiestoornissen, hartritmestoornissen, hartfalen, dementie, een aneurysma van de grote vaten, en perifeer arterieel vaatlijden. Ongeveer 30% van de bloeddrukverschillen kan door erfelijke factoren verklaard  worden. De overige 70% wordt verklaard door omgevingsfactoren, waarvan overmatig zoutgebruik, overgewicht en onvoldoende lichaamsbeweging de belangrijkste zijn. Deze vorm van hypertensie, waarbij zowel omgevingsfactoren als genetische factoren een rol spelen, wordt ook wel essentiĆ«le hypertensie genoemd. In de huisartsenpraktijk is 95% van de hypertensie essentieel. In slechts 5% van de gevallen is er een andere oorzaak; men spreekt dan van secundaire hypertensie. De meest voorkomende oorzaken van secundaire hypertensie zijn nierziekten, een nierarteriestenose en overproductie van hormonen door de bijnier. Het wegnemen of behandelen van een van deze oorzaken leidt vaak tot een betere controle en soms tot normalisatie van de bloeddruk.